Hier vind u een overzicht van de meest voorkomende vragen aan onze vereniging.
SBV kent momenteel vier vormen
meer info zie Over ons
Begin van een partij
Volgens de spelregels moet men voor de afstoot ‘trekken’ om te bepalen wie de aanvangsstoot moet doen.
Dit heeft echter niets te maken met de trekstoot. De twee witte ballen worden op de hoogte van de benedenacquits (of op de ‘afstootlijn’) gelegd.
Beide spelers stoten nagenoeg gelijk, ieder met een witte/gele bal, naar de korte bovenband.
De speler van wie de bal het dichtst bij de korte benedenband terechtkomt, mag kiezen wie de afstoot moet doen.
De biljarter die de acquitstoot neemt (of moet nemen), heeft gedurende de hele partij de ongemerkte witte bal, zijn tegenspeler de gemerkte witte of gele bal.
Voor de afstoot worden de ballen als volgt neer gelegd. De rode bal op het bovenacquit, de gemerkte bal van de tegenstander op het benedenmiddenacquit en de eigen speelbal (de ongemerkte bal) naar keuze op het linker- of rechterbenedenacquit.
De speler die de partij niet begint, krijgt aan het eind van de partij de zogenaamde gelijkmakende beurt.
Heeft de speler die het eerst is begonnen als eerste het noodzakelijke aantal beurten (20) gespeeld, dan mag de andere speler de nastoot hebben, omdat hij een beurt minder heeft gehad. In dat geval worden de ballen voor hem op de acquits gelegd.
Carambole
De speler moet met zijn bal de beide andere ballen raken. Dat noemen we een carambole. Hij mag doorspelen zolang hij caramboles blijft maken.
Lukt dat niet, dan is de tegenspeler aan stoot. Men mag niet verder spelen of een reeds gemaakte carambole tellen, als men stootte en alle ballen stil lagen.
Een eventueel gemaakte carambole is ongeldig als de speler niet minstens de tenen van een voet op de grond hield.
Speelt men met de verkeerde bal, dan is de gemaakte carambole niet geldig en gaat de tegenstander met de dezelfde bal verder.
Als in een wedstrijd een van de spelers tot op vijf caramboles van het einde van de partij is gekomen, zal de arbiter dit bekend maken (’annonceren’) door ‘en nog vijf’ te roepen.
Vastliggen van de ballen
Als de stootbal vastligt tegen een van de andere ballen, dan kan een speler kiezen: de ene mogelijkheid is herbeginnen met de acquitstoot,
de andere is naar de vrijliggende bal spelen of een losse-bandstoot maken. Bij de laatste mogelijkheden mag de speelbal de vastliggende bal bij het stoten niet laten bewegen.
Het uitspringen van een bal
Als een van de drie ballen van het biljart wordt gestoten of de houten omlijsting raakt, wordt dit als een fout beschouwd. Is een bal buiten het biljart beland na het caramboleren,
dan wordt de carambole als ongeldig beschouwd. Deze regel geldt ook als een bal slechts over de rand rolt en daarna terugkeert op het biljart.
Uw beurt is voorbij en uw tegenspeler moet met de acquitstoot beginnen.
Toucheren
Onder toucheren verstaat men het aanraken van een van ballen – door welke oorzaak ook – met de hand, keu, das, kledingstuk (jaspand) of welk voorwerp ook.
De speler die een bal toucheert, is zijn beurt kwijt en zijn tegenstander mag verder spelen. Is een bal door het aanraken verplaatst, dan moet hij blijven liggen waar hij terecht is gekomen.
Biljarderen
Hieronder verstaat men dat de pomerans van de keu nog met de speelbal in contact is als de speelbal de tweede bal of een band raakt.
In dit geval is de (eventuele) carambole ongeldig en is de tegenspeler aan de beurt.
Sportiviteit
Sportiviteit is niet in regels en voorschriften te vangen. Er zijn duizend en een manieren te bedenken waarop u uw tegenspeler uit zijn rust en concentratie kunt brengen, sommige spelers kunnen nu eenmaal hun verlies slecht verwerken en reageren dat op hun tegenspeler af. Voor al die situaties kan men geen regeltjes bedenken.
Bandstoten
In tegenstelling tot de overige spelsoorten wordt bandstoten (en ook driebanden) zonder verboden zones gespeeld.
Hier mag men caramboles maken zoveel men kan, op voorwaarde dat de speelbal steeds tenminste één band raakt, alvorens men de tweede bal raakt.
Het raken van die band kan op elk moment voor of na het raken van de
tweede bal geschieden, mits dit maar gebeurt voor het raken van de derde bal.
Bij het driebanden is een carambole geldig, als voldaan is aan de regels voor het libre en als de speelbal, voordat de 3e bal is geraakt, tenminste drie maal een band heeft geraakt. Het mag meer malen dezelfde band zijn. Er zijn geen verboden zones bij het driebanden.
Uitspringende bal(len) bij een driebandenpartij:
Als bij het driebanden een bal uitspringt wordt de speler afgeteld en de uitgesprongen bal, nadat deze is schoongemaakt, geplaatst op het voor die bal geldende acquit en wel als volgt:
Indien het voor de uitgesprongen bal aangewezen acquit bezet is of versperd wordt, dan wordt die bal geplaatst op het acquit van de bal welke het acquit verspert.
Het raken van een van de ballen met de (houten) omlijsting van het biljart, wordt beschouwd als een uitgesprongen bal.
Vastliggende bal(len) bij driebanden:
Bij driebanden heeft de speler bij vastliggende ballen de volgende
keuze mogelijkheden:
Eventueel alle ballen, als de speelbal tegen beide andere ballen
vastligt en wel als volgt:
Indien het voor de vastliggende bal aangewezen acquit bezet is of versperd wordt, dan wordt die bal geplaatst op het acquit van de bal die het acquit verspert.
Biljarten in Zuidlaren voor ouderen. Elke middag kunnen ouderen recreatief en in wedstrijdverband de biljartsport beoefenen.
© 2026 Created by SBV